Diversiteit is niet iets waar je ‘voor’ of ‘tegen’ kunt zijn

diversiteit
(Afshin Pirhashemi)

Nee, diversiteit is gewoon de manier waarop de realiteit in elkaar steekt. Discriminatie daarentegen is — juist met het oog op de substantiële werkelijkheid van diversiteit en pluraliteit — iets waar je wel tegen kunt zijn, en waar je volgens mij ook tegen moet zijn, als je wilt leven in een rechtvaardige wereld. Precies daarom is de Parade van Ieder1 op 25 september 2016 voor mij uiterst problematisch geworden. Geworden, omdat ik in eerste instantie zeer zeker mee wilde lopen met de demonstratie. Omdat ik tegen discriminatie ben, tegen racisme, tegen seksisme en tegen elke andere vorm van geïnstitutilonaliseerde uitsluiting. Tegen dus.

Mijn scepsis werd in eerste instantie gewekt door een artikel van Seada Nourhussen in de Trouw. Daarin schrijft zij onder andere:

[Nasrdin] Char en een groep creatieve ondernemers willen op 25 september een grote parade van de Amsterdamse Bijlmer naar het Museumplein organiseren om ‘een deken van positiviteit’ over Nederland te leggen. Daar hebben ze wel 100.000 euro voor nodig, anders wordt er geen stap gezet.

De schaduw van een neoliberaal kapitalisme

“Wacht even”, dacht ik, “… groep creatieve ondernemers … ?” Mijn eerste intuïtie was dat hiermee een schaduw valt op het geheel. En in de schaduw —  in het donker — van een neoliberaal kapitalisme, wil ik niet lopen. Zo wil ik discriminatie niet bestrijden. Dat zou verraad zijn aan wie ik ben en waarmee ik me identificeer. Ik neem de hele kritiek van Nourhussen serieus. Zo ook die van Anousha Nzume die onder ander stelt:

Wat pijn doet in de IEDER1 campagne is die ‘geen-zin-in-negatief-gedoe-sfeer’. Alsof het ervaren van maatschappelijke ongelijkheid en racisme een keuze is. Daarnaast ben ik teleurgesteld in het totale gebrek aan concrete steun voor onze activisten. De voorhoede die met gevaar voor eigen welzijn de paden heeft gebaand voor ‘gezellige parades’ en ‘concerten met kraampjes’. Dagelijks zijn er mensen keihard bezig achter de schermen die niet op tv komen.

Mijn scepsis werd pas echt opgepookt toen ik erachter kwam dat het gebeuren van 25 september geen demonstratie is ‘tegen discriminatie’, maar een parade ‘voor diversiteit’. De motivatie die hierachter steekt, beschreef een van de organisatoren in een artikel dat op 13 juli 2016 verscheen in Vrij Nederland:

Al tijdens de eerste bijeenkomsten besloten ze dat Ieder1 niet tégen moest zijn, maar vóór. Geen protestmars, maar een viering van de veelkleurigheid van Nederland. ‘We zijn niet tegen discriminatie,’ zegt Hesdy Lonwijk (40). ‘We zijn voor inclusiviteit. Natuurlijk ben ik persoonlijk tegen discriminatie, maar dat is niet waar het nu om gaat. Als platform zijn we “voor”.

Een façade van fatsoen

Het hele gebeuren begon steeds meer te lijken op een façade. Een façade van fatsoen. Ik ging in gesprek met vrienden hierover. Alleen door uitwisseling met anderen kan je uiteindelijk je positie bepalen. In een gesprek met Christelle Munganyende zei ze treffend:

Het is vooralsnog een erg Amsterdam-georiënteerd initiatief. Terwijl zij die het meeste te lijden hebben onder de symptomen, die Ieder1 wenst te bestrijden, niet enkel in de Randstad maar ook zeker in de periferie te vinden zijn. Is een mars van de Bijlmer tot de Dam überhaupt representatief voor de gemarginaliseerde gemeenschappen die verspreid zijn over het land? Of is het de zoveelste Amsterdamse naïviteit? Wat betekent het voor gemarginaliseerde groepen als ze 30,– à 40,– Euro aan openbaar vervoer moeten uitgeven om mee te doen aan een parade voor de positiviteit? Wie sluiten we in en wie sluiten we hiermee uit?

Haar stem telt voor mij in deze. Zoals ook die van de andere hierboven genoemde critici. Hoe meer ik erover ging nadenken, hoe duidelijker het voor mij werd dat een parade waar het de bedoeling is dat mensen éénstemmig alleen maar gaan roepen: “Nederland is voor iedereen” voor mij behoorlijk vaag en nietszeggend is. Nederland is namelijk niet iets dat je kunt bezitten.

Het gaat om hoe er met elkaar wordt omgegaan. Hoe er met people of color wordt omgegaan. Met moslims. Met islamitische vrouwen. Met de niet witte Nederlanders. Het gaat om hoe de beroepspolitici en de talking heads in de talkshows ermee omgaan. Welk vocabulaire ze gebruiken. Dat vocabulaire is meer dan problematisch. Het huidige discours is door en door uitsluitend. En deze uitsluiting is best stevig verankerd in de realiteit en bepaalt dag in dag uit de beeldvorming over de Ander. En als die Ander dan soeverein protesteert en demonstreert tegen die uitsluiting, dan verkleint dat direct hun sowieso al kleinere kansen in de maatschappij. Want dan zijn ze ‘lastig’ en ‘irritant’ en ‘polariserend’.

Een vraag die ieder individu voor henzelf moet beantwoorden

De vraag of je wel mee gaat lopen morgen, of niet, is er uiteindelijk eentje die ieder individu voor henzelf moet beantwoorden. Ik heb — als het soevereine individu dat ik telkens streef te zijn — besloten niet te gaan. De reden is dat we in een wereld leven waarin machtsstructuren verdomd asymmetrisch zijn. De sociale macht ligt in de dominante handen van de gevestigde orde en precies daarin ligt ook de oorzaak en kern van discriminatie. En als nu blijkt dat juist de mensen van de gevestigde orde — de overheid in de vorm van burgemeesters en het bedrijfsleven in de vorm van bijvoorbeeld Ben & Jerry’s — vanuit de macht die juist in hun handen ligt een dergelijke manifestatie van ‘diversiteit’ kapen, dan is dat voor mij diversity-washing. Het is talking the talk, but not walking the walk. Want zie hier:

Aboutaleb voorziet ook in vervoer om Rotterdammers – maximaal 500 – naar de parade in Amsterdam te krijgen. Ook de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan heeft zich publiekelijk achter Ieder1 geschaard. Andere aanwezige op de parade is ijsproducent Ben & Jerry’s. Die geeft acte presence omdat het bedrijf zegt te staan ‘voor een Nederland van alle smaken.’

Voor mij gaat het om de vraag: “Wat staat er op het spel?” Is dat het behoud van het oude — dus geen verandering, geen nieuw begin, geen rechtvaardigheid? Het oude dat dan alleen maar een nieuw etiketje opgeplakt krijgt: een certificaat van ‘diversity proved’? Of is het een daadwerkelijke verandering, een werkelijk nieuw begin door een afbreken van de oude, dominante en onrechtvaardige machtsstructuren?

Voor mij is het laatste de inzet. En ik vraag me serieus af of het wel zo welkom zou zijn als er morgen mensen rond zouden lopen met #BlackLivesMatter-banners. Of met #ZwartePietIsRacistisch-spandoeken. Dat zouden namelijk manifestaties zijn van ‘tegen discriminatie’ en niet ‘voor diversiteit’.

Zoals ik al aan het begin zei: diversiteit is niet iets waar je ‘voor’ of ‘tegen’ kunt zijn. Diversiteit is de manier hoe de realiteit in elkaar steekt. Maar discriminatie is iets waar je tegen kunt zijn en waar ik tegen ben. En vanuit die gedachte heeft Munganyende meer dan gelijk met haar kritiek. De organisatoren van Ieder1 hadden met de € 100.000,– — die er kennelijk aan donaties zijn binnen gekomen — bijvoorbeeld ook gratis vervoer kunnen regelen voor al die diverse mensen die door het land verspreid zijn. Op deze wijze hadden ze de beweging niet alleen zo groot mogelijk kunnen maken, maar vooral ook echt divers en insluitend. Maar ergens heb ik het gevoel dat de gevestigde orde dat minder prettig zou vinden.

De metafoor van de Auto

Om mijn punt over wat hier echt op het spel staat nog duidelijker te maken, wil ik hier mijn Metafoor van de Auto die ik hier al eerder heb gepubliceerd, herhalen. Het gaat erom dat je de asymmetrie in macht kunt vergelijken met het mogen plaatsnemen in een auto waarbij de vraag is:

Waar mag ik zitten als ik de Ander ben?

Mag ik af en toe op de achterbank zitten? Omdat ik af en toe iets mag bijdragen dat heel even van waarde wordt geacht, wellicht net nodig is, of toevallig uiterst goed van pas komt? Op de achterbank is er het meest sprake van tolerantie. Tolerantie moet hier niet worden verward met verdraagzaamheid. Nog minder met respect. Daar heeft tolerantie helemaal niets mee te maken. In tolerantie zit er immers een dimensie van afwijzing die in relatie staat met het arrogante aspect van gedogen. Iets te kunnen gedogen is alleen mogelijk voor iemand die de macht in handen heeft. Iemand die de regels bepaalt. Het is een macht die voortkomt uit privilege: het geïnstitutionaliseerde voorrecht waar iemand in is geboren met bovenaan in de hiërarchie de uiterst geprivilegieerde en dus dominante positie van de witte, heteroseksuele, rijke, jonge man.

Hoelang iets gedoogd wordt, hangt daarbij af van de willekeur van degene die het gedoogt: het kan elk moment afgelopen zijn. Juist daarin komt de ongelijke machtsverhouding tot uiting: “Ik gedoog je nu op de achterbank, maar liever heb ik je daar helemaal niet. En zodra ik er klaar mee ben, moet je weer uitstappen!” Dát de Ander ooit op die achterbank heeft gezeten en een bijdrage heeft geleverd, wordt bovendien achteraf vaak onzichtbaar gemaakt en uit de geschiedenis verwijderd. Dit is een van de meest kwetsende en denigrerende vormen van discriminatie.

In de bijrijdersstoel kom ik als de Ander minder vaak terecht, dan op de achterbank. In de ruimte van de bijrijdersstoel is dus minder tolerantie aanwezig. Al hebben niet-witte mensen, vrouwen, vijftigplussers en mensen met een handicap vaak genoeg de nodige kwalificaties en ervaringen om te kunnen zitten op die plek — en daarbij succesvol te zijn! —, dan nog worden ze meestal niet eens uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken. Ze worden bijgevolg uitgesloten van het sociale welslagen dat die plek biedt. De bijrijdersstoel graviteert nog steeds in de richting van de witte, heteroseksuele en jonge mannen die bovendien uit een rijkere klasse afkomstig zijn.

'Waar mag ik zitten als ik de Ander ben?'Click To Tweet

Heel af en toe worden er in het kader van ‘diversiteitsmanagement’ een of twee vrouwen, of niet-witte of oudere mensen — meestal toch mannelijk en reeds gerenommeerd — uitgenodigd om in de bijrijdersstoel plaats te nemen. Dan kan er triomfantelijk worden gezwaaid naar het certificaat »diversiteit«. Dan kan elke kritiek van discriminatie van repliek worden gediend met een “Kijk, we zijn wel divers en juist antidiscriminerend. We hebben een »allochtoon« in dienst, vijf vrouwen en de heer X als gewaardeerde nestor van ons bedrijf. We voldoen dus wel aan de norm van diversiteit. We hebben ons deel gedaan!”

Maar al dit is pure kwantiteit en geen kwaliteit en daarom niets anders dan diversity-talk. Het is een masker, een façade waarachter de mechanismen van de ongelijke machtsverhoudingen blijven bestaan. Maar dan wel op een manier die niet ongemakkelijk is voor de witte man of mens. Men kan zich immers verschuilen achter het certificaat van »diversiteit« dat een goede bescherming biedt tegen eventuele beschuldigingen van discriminatie. Dan hoeft men de ongemakkelijke discussie over racisme en seksisme niet te voeren. Het grote gevaar van de diversity-talk is bijgevolg dat er niets substantieels zal veranderen in de wereld. Integendeel: diversity-talk houdt discriminatie instand.

Blijft nog over de plek achter het stuur. Die is vrijwel onbereikbaar voor de Ander. Maar juist die plek is de enige ruimte die de mogelijkheid in zich draagt om de diversity-talk achter zich te laten en te beginnen aan de diversity-walk. Dan pas kan het proces van zuivere diversiteit worden aangezwengeld. Het is een proces van de creatie en versteviging van nieuwe machtsverhoudingen. Rechtvaardige machtsverhoudingen die niet meer ongelijk zijn. Niet meer asymmetrisch. Dit houdt in dat de Ander — ondanks hun gebrek aan sociale en culturele privileges, en dus een gebrek aan sociale macht — even vaak achter het stuur moet kunnen zitten. Dat kan pas als de communicatie verandert en er een open discussie mogelijk wordt over de substantieel existerende vormen van discriminatie, bias en privilege.

De urgentie zit ‘m in het daadwerkelijk laten plaatsvinden van een continue conversatie over discriminatie en bevoorrechting teneinde écht in communicatie te treden met die Ander. In plaats van enkel te speken over hen. Echt in de zin van:

Laten we communiceren en open praten over waar het écht om gaat hier: om racisme, om discriminatie.

En dat allemaal te doen, óngeacht het ongemakkelijke gevoel dat jij als sociaal geprivilegieerde hierbij weliswaar bespeurt. Echt in de zin van mogelijkheid en vrijheid als basisveronderstelling voor ieder menselijk leven binnen de gedeelde wereld. Dan kan diversiteit inderdaad de verschillen tussen mensen overbruggen en hen verenigen. In een dergelijk kwalitatief georiënteerd perspectief zit de belofte van het creëren van werkelijk effectieve antidiscriminatie-wetgevingen en -regels. De belofte van echte veranderingen in de beeldvormingen over die Ander. En van een dergelijk zuivere diversiteit kan er alleen dan sprake zijn, als de macht van de positie achter het stuur gedeeld wordt en bijgevolg even toegankelijk is voor de Ander.

Ik hoop dat ik ongelijk heb

Mijn scepsis betreffende Ieder1 wordt bijzonder goed uitgedrukt door bovenstaande cartoon uit The New Yorker die Khadija al Mourabit (filosoof) vandaag op Facebook deelde en die op deze wijze becommentarieerd werd door Sliman Aguersif (arabist en filosoof): “Dit is denk ik het probleem met de parade van Ieder1 morgen. “All lives matter” ontkent het probleem waarop “Black lives matter” wijst, evenals Ieder1 het probleem van de Zwarte Piet, het etnisch profileren en de dubbele standaarden ontkent. Ja, diversiteit is mooi, maar we moeten strijden voor een meer inclusieve notie daarvan, in plaats van het vieren van een wensrealiteit.”

Uiteindelijk betekent scepsis echter ook dat je het niet definitief weet. De zaak staat dus nog open. Daarom hoop ik werkelijk dat ik ongelijk heb en dat het morgen alsnog ook een demonstratie wordt tegen discriminatie. Ondanks mijn groot scepticisme — eigenlijk juist dankzij dat scepticisme —, laat ik me heel graag positief verrassen en wacht ik met spanning af of de diversiteit die morgen ‘gevierd’ wordt uiteindelijk ook achter het stuur plaats mag nemen.


 

Tags from the story
, , ,