Natuurmens

natuurmens
(David Olkarny)

Heel wat zomers geleden liep ik op een mooie stralende dag met een vriendin door het Amsterdamse bos. De rijkheid aan bomen en planten was niet te missen. We snoven de geur van het bos onder de vele groene bladeren van de bomen op.

Op een gegeven moment zei ze tegen me:

Weet je, bomen praten tegen mij.

Ik keek haar vragend aan. Echter, ik kon me wel voorstellen wat ze bedoelde. Natuurlijk spraken de bomen niet écht tegen haar, maar doelde zij op de relatie die zij had met de natuur. Het gevoel van verbondenheid, van een zekere serene rust die zich in een mens kan openbaren in een natuur omgeving.

Eigenlijk is het niet zo een heel gek idee dat bomen en planten praten. Al lijkt het voor de mens erg onwaarschijnlijk dat de plantenwereld communiceert. Planten ogen passief en bezitten niet de complexe zintuigen of het zenuwstelsel zoals de meeste dieren.

Toch heeft recent onderzoek — aan onder andere the University of California — uitgewezen dat bomen en planten in ieder geval met elkaar communiceren, een geheugen hebben, kunnen tellen en zelfs weten hoe laat het is! Net zoals mensen sociale dieren zijn, zo hebben bomen ook een sociaal systeem. Een eenzame boom leeft niet zo lang als een boom omringd door andere bomen.

Nog merkwaardiger is dat bomen een gigantisch re-distributie systeem hebben. Een soort sociaal netwerk waarbij nutriënten worden gedistribueerd en buren worden ‘geholpen’.

Dit lijkt verdacht veel op wat wij mensen een ‘sociaal kapitaal’ noemen. En al zijn wij geen bomen, we kunnen wel achterhalen hoe bomen en planten met elkaar communiceren.

De vraag die vervolgens rijst, is of planten en bomen ook met ons zouden kunnen communiceren? Zo ja, op welke wijze zou dit kunnen? Afgezien van het feit of planten en bomen daadwerkelijk met ons communiceren — en zonder te vervallen in een vorm van esoterie —, kunnen we op zijn minst stellen dat een tijd doorbrengen in de natuur de mens erg goed doet.

Dit wordt voornamelijk ondersteund door wat men tegenwoordig in de wetenschap ‘eco-therapie’ noemt. Een goed voorbeeld hiervan is het Japanse forrest bathing. Jezelf onderdompelen in het bos, oftewel je omringen met bomen.

Waar het op neerkomt, is dat de aanwezigheid van bomen leidt tot een lagere hartslag, een reductie van stresshormonen, de stimulatie van het immuunsysteem en een verbetering van het algehele gevoel van welzijn.

Volgens de 17de-eeuwse filosoof Baruch de Spinoza speelt de natuur een grote rol in ons leven. Niet alleen is de natuur de substantie van het universum, de natuur is ook de enige substantie die er is. Alles komt dan ook noodzakelijk en oorzakelijk uit de noodzakelijk bestaande natuur. Al hetgeen wat bestaat is de natuur. Het is één substantie waarbij alles volgens logische wetten en een absolute logische noodzakelijkheid gebeurt. Verschil en verscheidenheid is vanuit de filosofie van Spinoza bezien een illusie.

Hoezeer wij mensen onszelf veelal buiten de natuur pogen te plaatsen, valt het niet te ontkennen dat wij invloed hebben op de natuur en de ‘natuur’ op haar beurt ook op ons.

Heeft Spinoza dan toch gelijk en is het verschil tussen mens en natuur alsnog enkel een illusie? Behoren wij misschien niet ook tot de substantie van de natuur en daarmee van het universum?


Deze column is oorspronkelijk voorgedragen op 25 Juni 2017 bij Radio Swammerdam op AmsterdamFM. Sander Westerveld en Misha Melita spraken met Erik de Jong over en Milan Teunissen van Manen over de relatie tussen mens en natuur. Luister hier naar de hele uitzending: