Non! Je ne suis ni Charlie ni le Tricolore

Parijs, Charlie Hebdo, vrijheid, Tricolore

Toen ik op vrijdag 13 november 2015 van de aanslagen in Parijs hoorde, voelde ik een wind langs mijn wang strijken. Het was een koude wind afkomstig van de schaduw van een gedachte. En die gedachte begon zich te nestelen in de woorden: ‘Nee! Ik ben noch Charlie, noch al hetgeen dat zo meteen geroepen zal gaan worden.’ De eerste druppels bevochtigden mijn huid en ik hoorde al de storm vanuit een toekomstige verte naar me roepen: “Ik kom eraan! Ik ben er bijna!” De volgende dag al was de storm geen toekomst meer. Op the day after heeft Charlie plaatsgemaakt voor de kleuren van de drapeau bleu-blanc-rouge. Het is de Tricolore die nu de geesten benevelt en neerdaalt op de Facebook profielfoto’s van velen. Het is dezelfde Tricolore die de Sydney Opera House ineens met haar drie kleuren omhult. Groot, onmiskenbaar, niet over het hoofd te zien. Zo ongeveer elk monument in de wereld is namelijk ineens blauw-wit-rood. Maar wat betekent dit eigenlijk? Zou het kunnen zijn dat deze uitingen van ‘solidariteit’ meer te maken hebben met white privilege? Met eurocentrisme? Met het superioriteitsgevoel van het Westen? Met het niet willen zien, het niet willen horen en het niet tot woord willen laten komen van de reëel bestaande diversiteit en pluraliteit in de wereld die we noodzakelijkerwijs (!) met z’n allen delen? Noodzakelijkerwijs, omdat we ondanks alle botsingen en conflicten die door de pluraliteit in de wereld ontstaan, samen- en met elkaar moeten leven op deze aarde, want niemand, werkelijk niemand is in staat te emigreren naar een andere planeet.

Toch is het deze keer een klein beetje anders dan na de aanslag op Charlie Hebdo. Er zijn sneller en meer kritische geluiden te horen over de massale solidarité en bleu-blanc-rouge. Een ‘solidariteit’ die ik beschouw als een hype en daarom als een oneigenlijke solidariteit. Deze solidarité en bleu-blanc-rouge is een rage die net zo trendy is als de je-suis-Charlie-solidariteit die de westerse wereld aan het begin van dit jaar liet zien. Net als toen is het uiteraard ook nu heel erg begrijpelijk dat de mensen hier zich meer betrokken voelen bij de aanslagen in Parijs, dan bijvoorbeeld bij de aanslag een dag eerder (!) in Beirut. Je voelt je immers meer verbonden met mensen die op je lijken. Bovendien is het onmogelijk voor alle aardbewoners hetzelfde gevoel van verbondenheid en saamhorigheid te hebben. Wat voor mij echter niet te begrijpen is, is dat de afwezigheid van betrokkenheid en verbondenheid opgevuld wordt met een dubbele standaard. Een dubbele maatstaf die mijns inziens geworteld is in white privilege dat hand in hand gaat met een essentialistisch en binair denken, ook bekend als othering: een proces waarbij een groep wordt beschouwd als ‘wij’ en een andere groep als ‘zij’ en bijgevolg als de mindere Ander.

De vraag is dus of het echt alleen maar ligt aan een begrijpelijk — want menselijk — onvermogen zich verbonden te voelen met de miljarden individuen die onze pluriforme en diverse wereld elke dag weer scheppen. Dit kan toch niet de enige verklaring zijn voor het feit dat al die andere aanslagen in de wereld — waarbij even onschuldige mensen op dezelfde afgrijselijke wijze de dood hebben moeten vinden als de slachtoffers in Parijs — niet ingesloten worden in het overweldigende blauw-wit-rode discours. Aan het ontbreken van berichtgeving over al die andere aanslagen kan het ook niet liggen. Dit excuus wordt in een uiterst lezenswaardig artikel van Max Fisher op Vox op kristalheldere wijze ontkracht. Een ander argument dat wordt aangedragen, is het reeds bekende en sinds 9/11 al te vaak gebruikte argument — een argument dat ook  het discours tijdens de nasleep van de aanslag op Charlie Hebdo kenmerkte — in de geest van: ‘deze daad is verricht door moslims — ze riepen immers Allahu Akbar —, het is een terroristische daad en het is een daad tegen ‘ons’, tegen ‘onze democratie’ en dus ook tegen ‘onze vrijheid’. Zoals destijds heb ik ook nu enorm veel moeite met het labelen van de recente aanslag in Parijs als een ‘terroristische daad tegen ons’ en sterker nog als een ‘oorlog tegen het vrije Westen’. Terrorisme en oorlog? Is dit het discours dat voortaan de boventoon gaat voeren en niet alleen alle publieke gesprekken, maar ook politieke daden en acties gaat overheersen? Wat is ‘terrorisme’ eigenlijk? En waarom wordt het steeds uitsluitend gekoppeld aan de Ander die een moslim is?

 Met de invoering van de term ‘terrorisme’ is een belangrijk principe losgelaten.

In zijn artikel Vrijheid onder vuur op de fusie geeft Thomas Hogeling naar aanleiding van de gebeurtenissen rondom Charlie Hebdo een naar mijns inziens belangrijke analyse over de gevolgen van het gebruik van de term ‘terrorisme’. Daarbij stelt hij:

[M]et de invoering van de term ‘terrorisme’ [is] een belangrijk principe losgelaten. Voor het eerst speelt het – vermoedelijke – motief achter een daad een rol in de beoordeling van een misdrijf. Wordt iemand verdacht van moord, of van moord met een terroristisch oogmerk? Schiet je iemand door zijn hoofd omdat je z’n geld wil, dan krijg je een lagere straf dan wanneer je dat doet om ‘de samenleving angst aan te jagen.’ Het resultaat is hetzelfde, maar een verdenking van zo’n terroristisch oogmerk komt verdomde goed uit als je niet genoeg bewijs tegen een verdachte hebt weten te verzamelen.

Anders gezegd, is het veelvuldige gebruik van deze term een retoriek waarmee het ontbreken van steekhoudend bewijs wordt verdekt. Het is een façade waarachter verborgen motieven schuilgaan. In de context van de ‘terroristische daad tegen ons’ heeft dit verstrekkende gevolgen die, zo meen ik, voortkomen uit het ingesletene binaire denken van white privilege. Een van de verstrekkende gevolgen is dat de ‘terroristische daad tegen ons’ door (niet alleen) staatshoofden vertaald wordt naar ‘oorlog tegen het vrije Westen’ hetgeen in Hogelings woorden een rampzalige politieke situatie creëert. De politieke situatie namelijk dat:

[…] er slechts twee mogelijkheden zijn. Voor of tegen Vrijheid, voor of tegen het Westen, voor of tegen Verlichting. Pacifisme wordt weggezet als anti-patriottisch. Of zoals op Jalta.nl werd gesteld: ‘Nu is het oorlog. Wie dat ontkent is de vijand.’ ‘The people can always be brought to the bidding of the leaders. That is easy. All you have to do is tell them they are being attacked and denounce the pacifists for lack of patriotism and exposing the country to danger. It works the same way in any country.’ Aldus Hermann Göring.

Hetgeen ik in het verlengde hiervan vooral problematisch vind, is dat het label ‘terroristische daad’ in de uitsluitende combinatie met de term ‘moslim’ gebezigd wordt. ‘Onze’ vrijheid wordt steeds meer ingekort en beperkt, echter niet door die ‘moslim-terroristen’, maar door onze eígen regeringen. Zoals na Charlie Hebdo wordt er ook nu weer door de westerse overheden geroepen dat ze onze veiligheid alleen kunnen garanderen door meer surveillance, door meer gemilitariseerde politie in de publieke ruimte en zelfs door het uitroepen en vervolgens willen verlengen van de noodtoestand. Dat hiermee onze vrijheid enorm wordt beknot, is terug te lezen in een uitleg over de betekenis van een noodtoestand in de Volkskrant: de bewegingsvrijheid van mensen kan worden ingeperkt en bepaalde gebieden kunnen worden ingericht als veiligheidszone. En dat is nog niet eens het gehele arsenaal aan instrumenten dat de autoriteiten in een noodtoestand tot hun beschikking hebben. Zelfs zouden deze maatregelen onze veiligheid werkelijk zekerder kunnen maken — hetgeen ik ten zeerste betwijfel —, daarmee is het echte probleem nog niet opgelost. Namelijk dat telkens weer ‘de Islam’ en ‘de moslims’ negatief en generaliserend geportretteerd en daarom ook als zodanig ervaren worden — Reza Aslan maakt dit hier uiterst inzichtelijkUiteindelijk gaat mijn voorkeur uit naar de betiteling ‘gewelddadige extremisten’ in plaats van ‘islamitische terroristen’. Dat is vooral en in de eerste plaats fair tegenover de 99,9% niet gewelddadige moslims en al die moslims die ook, en wel voornamelijk, de slachtoffers zijn van dit soort gewelddadige aanslagen.

Waar het om gaat, is dat deze mensen niet alleen de grootste aantallen slachtoffers te betreuren hebben van het extremistische geweld in de afgelopen decennia, maar dat ze vooral niet gezien, niet erkend en niet gehoord worden in de wereld. Hun leed lijkt minder belangrijk te zijn. Hun levens lijken minder waardevol te zijn. Precies dit is het signaal dat in de wereld georkestreerd wordt door de overweldigende solidarité en bleu-blanc-rouge die volgens mij evengoed betiteld kan worden als een witte solidariteit, oftewel een white privilege solidariteit. Dát zowel de niet-witte overlevenden en hun leed als ook alle niet-witte mensen in de wereld zich beschouwen als vergeten door de westerse samenlevingen is te lezen in eerlijke en genuanceerde artikelen. Artikelen zoals:

Stuk voor stuk artikelen die een waardevolle bijdrage leveren aan het discours en de menselijke communicatie die gevoerd moet worden, willen we niet alleen erin slagen de aarde als ons enige thuis met elkaar te delen — vergeet niet: dat moeten we namelijk —, maar vooral de onrechtvaardigheid van white privilege en het binaire denken van racisme te overstijgen. Wellicht dat dit de enige oplossing is tégen extremistische aanslagen en vóór het behoud van een toekomst voor iedereen. Alleen op deze manier kan echte vrijheid met zorg in stand worden gehouden, want vrijheid bezit je nooit, vrijheid moet je cultiveren.

You’re only as free as the amount of freedom you give to others.


 

Tags from the story
, , , ,