Paradigma: #BrexitReality is de schuld van oudere Britten

brexit

De stemmen van het Brexit-referendum waren nog maar net geteld en al snel verbreidde zich onder velen een gevoel van ongeloof en woede: “Hoe heeft dit toch kunnen gebeuren?” Boze jonge Britten geven de schuld aan vooral de oudere generatiesVolgens de BBC stemden namelijk 73% van de 18- tot 24-jarigen voor Bremain, om bruut terzijde geschoven te worden door de 65-plussers waarvan 60% kozen voor uittreding. Voor Jack Lennard is Brexit de opgeheven middelvinger van de babyboomers naar de jonge mensen zoals hij. Na talloze soortgelijke berichten — zoals hier of hier — te hebben gelezen, dacht ik op een gegeven moment: “Maar wacht even, is de verklaring voor #BrexitReality écht zo makkelijk?” Kan het niet eerder zo zijn dat hier ook sprake is van een vooroordeel tegen ouderen en dus van agisme?

Alsof discriminatie in termen van leeftijd gewoon geen discriminatie is

Agisme is een ander woord voor leeftijdsdiscriminatie en als zodanig is het ook opgenomen in de Van Dale. Ondanks dat het een veelvoorkomend verschijnsel is waarmee je algauw in je leven geconfronteerd wordt, is deze vorm van discriminatie volledig onderbelicht en wordt zij zelfs systematisch genegeerd. Daardoor wordt agisme nauwelijks bestreden. Sterker nog, in een tijdperk waarin je kan spreken van een uiterst dominante jeugdcultus, lijkt het haast wel de normale gang van zaken te zijn om ‘oudere’ mensen  stelselmatig te stereotyperen als überconservatief en vasthoudend aan het rigide geloof dat ‘vroeger alles beter was’.

Zelfs een organisatie als de European Women’s Lobby krijgt het voor elkaar zich schuldig te maken aan agisme. Ondanks kernwaardes en principes als diversiteit en inclusiviteit hanteert het instituut een leeftijdsgrens van 18 tot 30 jaar voor vrouwen die mee willen doen aan de European Feminist Summer School in Brussel. Hoe is dit te rijmen met hun oproep een paar zinnen verderop: “We particularly encourage women facing multiple forms of discrimination (in terms of ethnicity, sexual orientation, disability, origin, religion etc)”? Hoe kan je jezelf een feministisch instituut noemen als je aan leeftijdsdiscriminatie doet? Alsof vrouwen van boven de 30 niet meer meetellen in het vechten voor gelijkwaardigheid. Alsof discriminatie in termen van leeftijd gewoon geen discriminatie is …

Een ander voorbeeld is deze advertentie in De Groene Amsterdammer met de titel “De Groene Amsterdammer zoekt kleur.” “Leuk, ze doen aan ‘diversiteit’ bij De Groene,” denk je eerst, om direct daarna teleurgesteld te worden door de profielomschrijving: “Je bent een beginnende journalist van onder de dertig.” Het zou volledig onacceptabel geweest zijn als er stond: “Je bent een beginnende journalist van autochtone afkomst,” maar een dergelijke leeftijdsgrens te stellen, lijkt helemaal geen probleem te zijn. Ook hier vraag je je dan af hoe dit te rijmen valt met hun oproep: “Wij vragen nadrukkelijk aan journalisten met een biculturele achtergrond om te reageren.” Hoe kan je aan ‘diversiteit’ willen doen als je de diversiteit in termen van leeftijd bewust negeert? En überhaupt, er is toch een wet tegen leeftijdsdiscriminatie, namelijk de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid (WGBL)?

Ondanks het bestaan van zo’n wet lijkt het dus heel normaal te zijn aan leeftijdsdiscriminatie te doen. Ik blijf me erover verbazen dat deze vorm van uitsluiting zo breed geaccepteerd wordt; dat vooroordelen over oudere mensen zo alomtegenwoordig zijn. Deze vooroordelen vertalen zich in stereotypen — generalisaties — over bepaalde leeftijdsgroepen zoals ‘40+’ tot en met ‘70+’. Het zijn etiketten die geconstrueerd zijn en waardoor mensen gegroepeerd worden puur op basis van hun leeftijd. Vervolgens plakken demografen statistische beschrijvingen aan deze etiketten die vooral algemeen van aard zijn, alsof álle leden van een bepaalde leeftijdsgroep per definitie dezelfde karaktereigenschappen hebben. Dit is een essentialistisch denken waarin het grote gevaar schuilgaat dat individuele mensen ontmenselijkt worden. Deze etiketten gaan immers volledig voorbij aan het feit dat mensen uniek zijn, met geheel eigen levens en ervaringen. Als je vanuit een algemeenheid conclusies trekt over individuele mensen, dan neutraliseer je deze diversiteit en pluraliteit.

Leeftijd is geen handicap, maar een teken dat je leeft

Leeftijd is bovendien niet iets dat statisch is of dat we zelf in de hand hebben. Echt íedereen wordt elke dag ouder. Ook de millennials zullen op een dag behoren tot de ‘ouderen.’ Is het dan niet beter naar leeftijd te kijken vanuit het perspectief van individuen? Als je dat doet, dan kan leeftijd nimmer een handicap zijn, omdat je leeftijd niets anders is dan de tijd die je in leven bent. Ouder worden betekent dus niets anders dan dat je lééft en dat je leven gedurende die tijd continu aan het veranderen is. Heel kwalijk vind ik daarom de manier waarop ouderdom over de hele linie gestigmatiseerd wordt.

De basis van deze stigmatisering ligt in vooroordelen zoals dat ‘ouderen per definitie conservatief zijn.’ Dat zij ‘minder openstaan voor veranderingen dan jongeren.’ Dat ze ‘te allen tijde hun eigen belang vooropstellen op dat van de jongeren.’ Dat ‘xenofobie vooral onder ouderen voorkomt.’ En het kwalijkste vooroordeel: dat ouderen ‘financieel niet meer in staat zijn het eigen leven te bekostigen.’ Op deze manier wordt tijd gezien als iets dat louter in geld — inkomsten en kosten — uitgedrukt kan worden. Niet voor niets bestaat er in de westerse wereld het cliché ‘Tijd is geld.’ En inderdaad, we moeten de tijd die we op aarde hebben — ons leven dus — letterlijk én figuurlijk ‘verdienen.’ Maar dat kan toch niet kloppen. Geld kan niet de ‘norm’ zijn als het gaat om leven en levendigheid. Helaas is het wel de ’norm’ die vooral geldt voor het leven van ouderen: ze zijn niets anders dan een kostenpost. Ze worden niet meer gezien als waardevolle mensen, omdat ze hun ‘tijd’ niet meer zelf kunnen verdienen en de (jongere) samenleving alleen maar opzadelen met kosten voor hun zorg.

Respect voor ouderen in plaats van een lage status in de samenleving

In de Iraanse cultuur die ik naast de westerse ook heb meegekregen, bestaat er zoiets als respect voor ouderen. En ook dankbaarheid, want ooit hebben ze dingen opgebouwd waar ik van heb geprofiteerd en waarvan ik nog steeds profiteer. Bovendien hebben oudere mensen een bepaalde wijsheid en levensbeschouwing die niet te onderschatten is. Ze hebben ervaringen opgedaan en hun verhalen kunnen vaak erg waardevol zijn voor inzichten in onze eigen persoonlijke dilemma’s. Als je al in algemeenheden wilt spreken over ‘ouderen’, dan hoort ook deze kant van het verhaal erbij.

Er is een mooie TedTalk van Jared Diamond over het ouder worden binnen verschillende samenlevingen en de waarde van respect voor ouderen. Hij vindt het ironisch dat er zo veel pogingen worden ondernomen om het menselijke leven alsmaar te verlengen, terwijl: “it’s no picnic to be an old person in a youth-oriented society.” De realiteit van onze westerse wereld is dat oudere mensen geïsoleerd raken, omdat ze hun tijd niet meer kunnen vullen met betekenisvol werk en steeds minder financiële middelen hebben. Diamond vertelt hoe andere samenlevingen omgaan met hun ouderen. Soms beter, soms slechter. Zijn conclusie is dat er twee hoofdredenen zijn voor de variatie tussen samenlevingen en hoe zij oude mensen behandelen. Enerzijds is de variatie afhankelijk van vooral de ‘bruikbaarheid,’ oftewel het ‘nut,’ van oude mensen voor de samenleving. Anderzijds is de variatie afhankelijk van de culturele waarden van een samenleving. Culturele waarden die het respect voor oudere mensen onderstrepen, contrasteren met de lage status van ouderen in de westerse wereld, waar met name 50-plussers een groot nadeel hebben op de arbeidsmarkt.

Vooral de neiging om op een enorm grote en diverse groep mensen één enkel, en eigenlijk volledig nietszeggend, etiket te plakken, namelijk dat van ‘conservatieve,’ ’behoeftige’ en ‘afhankelijke’ ouderen die toch niet meer lang hoeven te leven met de consequenties van #BrexitReality, is net zo kortzichtig als alle andere labels die op mensen worden geplakt, van gender tot seksualiteit. Al deze etiketten, inclusief de erbij horende ‘essentialistische karakteristieken,’ gaan voorbij aan de diversiteit die er bestaat tussen en binnen groepen en de individuele manier waarop enkelingen met hun levenssituaties omgaan. Ik vind het een neerbuigend beeld om ouderen per definitie te bestempelen als mensen die de belangen van de jongeren overschaduwen, omdat ze getalsmatig in de meerderheid zijn en daardoor de macht hebben. Maar precies dit gebeurt er bij de verklaringen van #BrexitReality aan de hand van leeftijd.

De werkelijke sociale en politieke oorzaken van #BrexitReality

De cijfers over hoe de leeftijdsgroepen hebben gestemd, zeggen in feite helemaal niet zo veel, behalve dat 73% van de groep 18 – 24-jarigen gestemd heeft voor Bremain. Maar dat betekent toch ook dat 27%, dus een dik kwart, van de millennials pro-Brexit was. En inderdaad heeft 60% van de 65-plussers een stem uitgebracht vóór Brexit. Maar dat betekent wederom dat 40% van deze babyboomers alsnog tégen heeft gestemd. Deze 40% oudere Bremainers mogen net zomin onder de tafel worden geveegd als de hierboven genoemde 27% jonge Brexiters. Zo homogeen zijn de leeftijdsgroepen dus niet. Daarom is het uiterst problematisch je enkel te concentreren op de demografische variabele ‘leeftijd’ als verklaring voor de uitkomsten van het Brexit-referendum. De wereld en dus ook #BrexitReality is veel complexer dan dit. Het grote gevaar is dat de leeftijdsverklaring het zicht ontneemt op de werkelijke sociale en politieke oorzaken die ten grondslag liggen aan de uitkomsten van het referendum. Met een dergelijke blindheid verdwijnt niet alleen een heel stuk geschiedenis, maar tevens elke mogelijkheid om werkelijk te begrijpen wat er precies gebeurd is en waarom.

Een veel betere analyse van de uitkomsten van het EU-referendum vind ik die van Glenn Greenwald in dit artikel. In zijn visie is #BrexitReality alleen maar een bewijs voor de kortzichtigheid en het falen van de westerse elite die gevormd wordt door alle politieke instituties en die van de media. Vooral het neoliberaal kapitalisme, dat de wereldordening sinds de jaren 80 van de vorige eeuw domineert, heeft ertoe bijgedragen dat we geconfronteerd worden met steeds meer oorlogen, steeds meer mensen die op de vlucht zijn, steeds meer rijkdom voor de weinigen en steeds meer armoede voor de velen. Een gegeven dat zich duidelijk vertaalt in de referendumstatistieken van de Financial Times: het grootste aantal Brexit-stemmen kwam uit gebieden met een laag inkomen. Vervolgens is er ook het vertrouwen in de politieke partijen dat alsmaar dunner is geworden in de decennia dat het neoliberalisme regeert. Door continue privatisering is de sociale verzorgingsstaat meer en meer uitgehold, waardoor vooral oudere mensen het steeds moeilijker krijgen. Zowel ouderen-zorg als educatie zijn lang niet meer weggelegd voor iedereen en bezuinigingen zijn aan de orde van de dag, terwijl belastingontwijking straffeloos blijft, want ‘legaal.’ Ook de lagere educatie vertaalt zich in de uitkomsten van het referendum: gebieden met minder mensen die een afgeronde opleiding hebben, stemden duidelijk meer voor Brexit. En dan zijn er ook nog de extra hoge aantallen Brexiters die geen paspoort hebben; ze zijn niet of lang niet meer in het buitenland geweest. Maar deze gebieden zijn niet alleen bewoond door 65-plussers. Wat vooral opmerkelijk is, is dat de opkomst onder de jongere Britten vele malen lager was dan die van de oudere. Misschien hadden er veel meer millennials moeten gaan stemmen. Dat hebben ze echter niet gedaan.

Al deze feiten zijn gevolgen van de fanatiek religieuze privatiserings- en financialiseringsideologie van de ‘vrije markt’-politiek. Dit tezamen met de hele anti-vluchtelingen en anti-immigratieretoriek en -politiek van de westerse gevestigde orde heeft het vuur van de toxische xeno- en islamofobie aangewakkerd tot hete steekvlammen. Het gevolg is een beangstigende opkomst van rechts-radicale politieke partijen, die steeds meer terrein aan het winnen zijn. Daarom is het te makkelijk, kortzichtig en vooral een te gevaarlijke afleidingsmanoeuvre om de schuld voor #BrexitReality zo gedachteloos te geven aan de ouderen, die evengoed de slachtoffers zijn van deze neoliberale geschiedenis.

Greenwald sluit zijn artikel af met een in mijn ogen zeer belangrijke waarschuwing: “This is all compelling evidence that things have gone very wrong with those who wield the greatest power, that self-critique in elite circles is more vital than anything. But, as usual, that’s exactly what they most refuse to do. Instead of acknowledging and addressing the fundamental flaws within themselves, they are devoting their energies to demonizing the victims of their corruption, all in order to delegitimize those grievances and thus relieve themselves of responsibility to meaningfully address them. That reaction only serves to bolster, if not vindicate, the animating perceptions that these elite institutions are hopelessly self-interested, toxic, and destructive and thus cannot be reformed but rather must be destroyed. That, in turn, only ensures there will be many more Brexits, and Trumps, in our collective future.”


Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij Vileine.com.


Tags from the story
, ,