Paradigma: de meerderheid heeft altijd gelijk

vrijheid van meningsuiting

In mijn vorige artikel stelde ik dat haatspraak niet te verdedigen is door een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Meestal is het namelijk de openlijk geuite kritiek van minderheden en individuen jegens de heersende opinie die de haatsprekers en haat-campagneleiders willen onderdrukken. Afwijkende meningen over racisme, seksisme, ‘de’ islam, het Nederlandse slavernijverleden of Zwarte Piet moeten koste wat kost tot zwijgen worden gebracht. Geen enkele seconde wordt er gevraagd naar het waarom van de andersdenkenden. Naar hoe het eigenlijk gesteld is met die Ander. Naar waar hun argumenten vandaan komen. Noch worden de eigen vooroordelen getoetst of de eigen meningen op de proef gesteld. Laat staan dat de moraliteit van het eigen gedrag op enigerlei wijze ter discussie wordt gesteld. Sterker nog, dat gedrag is niet meer ‘slecht’, of ‘kwetsend’ of ‘onrechtvaardig’, maar ‘juist’ en ‘goed’. Het doel — het handhaven van de status quo — heiligt immers de middelen.

‘Goed’ is ‘kwaad’ en ‘kwaad’ is ‘goed’

Wat er echter in werkelijkheid gebeurt, is dat er een cultuur ontstaat waarin de morele waarderingen van wat ‘goed’ en wat ‘kwaad’ is, verdraaid worden. Racisme is ‘goed’ en vechten voor rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid is ‘kwaad’; haat is ‘goed’ en anders denken is ‘kwaad’; te minachten en te kleineren is ‘sterk’ en dus ‘goed’, maar het leveren van gestaafde kritiek tegen discriminatie is ‘huilie huilie’ en dus ‘zwak’.

Annabel Nanninga leverde onlangs weer het perfecte voorbeeld van een dergelijke verdraaiing van ‘goed’ en ‘kwaad’: zij “noemt mensen neger, Turk of Marokkaan” en vindt dat sommige mensen het verdienen ‘klaagneger’ genoemd te worden. En dit noemt ze dan ‘vrijheidsfundamentalisme’. Ook Sylvia Witteman vindt dat ‘neger’ geen scheldwoord is en dus kennelijk gewoon ‘goed’ om te gebruiken:

Zoals het ook ‘goed’ is om een artikel van mijn collega af te kraken op taalgebruik en de vrouwen van Vileine te infantiliseren door hen ‘meisjes’ te noemen. Bovendien bewijst zij ons toch alleen maar een dienst, waarzonder we nooit serieus genomen zullen worden?

Dit soort verdraaide waarderingen worden vervolgens gepresenteerd als na te streven idealen, en dus als zogenaamd gegeven objectieve waarheden die dan binnen de samenleving als vanzelfsprekend worden beschouwd. Het gevolg is dat de normatieve oriëntatie van individuen volledig geneutraliseerd wordt en dan heb je wat Friedrich Nietzsche beschouwt als de nihilistische samenleving.

Het nihilisme is een cultuur van decadentie en moreel verval, omdat het morele handelen gereduceerd is tot enkel het hebben van legale rechten en het volgen van wetten. Dat dit zo is, blijkt juist uit het feit dat haatspraak en minachting worden verdedigd met de vrijheid van meningsuiting. Het kleineren en afkraken van iemands teksten, woorden en zelfs persoonlijkheid wordt niet alleen gezien als het hebben van een legaal ‘recht’, maar als ‘goed’ en ‘kritisch’.

Ze zijn gewoon in de meerderheid

De reden waarom het de haatsprekers telkens weer lukt om de stem van minderheden en kritische individuen tot zwijgen te brengen, is dat ze gewoon in de meerderheid zijn. Ze voelen zich bovendien extra gesteund door de manier waarop de politici erover spreken, de media erover berichten, de usual suspects in de bekende talkshows hun zogenaamde expertise ten gehore brengen, of de opiniemakers als Nanninga en Witteman hun columns en tweets de wereld insturen: evenzo bevooroordeeld en evenmin de eigen mening op de proef stellend.

Kijk bijvoorbeeld hoe Mark Rutte de haatspraak tegen Sylvana Simons op Trumpiaanse manier wegwuift als slechts “walgelijke” opmerkingen komende van “idioten”, “gladiolen” en “doorgeslagen tokkies”, in plaats van te benoemen waar het echt om gaat: dat dit symptomen zijn van het substantieel aanwezige en uiterst verontrustende racisme en seksisme in Nederland. Hij verschuilt zich vervolgens achter het terechte feit dat je de vrijheid van meningsuiting nooit wettelijk mag inperken, maar laat volledig onbenoemd dat racisme in Nederland ín het systeem zit. Hierdoor is hij zelf onderdeel van de grote ontkenning van racisme in Nederland en houdt ook hij de status quo in stand.

Kijk ook eens naar deze column (vanaf 15:47:00) van Francisco van Jole naar aanleiding van het in 2008 gepubliceerde Derde rapport over Nederland van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie. Van Jole maakte toen al inzichtelijk hoe bevooroordeeld de media zijn. Over de daarna nog verschenen rapporten over Nederland en de reacties daarop wil ik het niet eens meer hebben.

De willekeur regeert

De machtsongelijkheid tussen de gevestigde orde en de kritische minderheden en individuen bevestigt opnieuw mijn hypothese dat Nietzsches diagnose van de nihilistische samenleving van toepassing is op de Nederlandse onderbuik-cultuur:

Een samenleving van machteloze individuen die zich hebben verenigd en die met een sluwe tactiek een regime van machtsuitoefening hebben gerealiseerd.

Er wordt gedaan alsof de morele kwestie afgehandeld en dus niet langer urgent is, terwijl de verdraaide moraliteit niets anders is dan een maskerade. Een façade in dienst van de eigen kleinzieligheid, waarachter men zich kan verschuilen zodra men het eigen handelen moet gaan verantwoorden.

Nietzsche maakt aanschouwelijk hoe de façade van elk dogmatisch en dus nihilistisch regime dat aan de macht is, in feite alleen maar de belangen dient van de uitvinders ervan. Het dient hun rationalisaties en al die kleine dingen die ze groot willen maken, maar die gewoon niet groot zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de ‘grote Nederlandse traditie van de Zwarte Piet’ die door de Piet-critici ‘kapotgemaakt wordt’. Is deze traditie daadwerkelijk zo groot, of is een samenleving die bestaat uit verschillende en multiculturele Nederlanders niet vele malen groter en rijker dan dat?

Het grootste probleem is echter dat de verdraaide morele waarderingen nimmer het criterium kunnen zijn waaraan het eigen, individuele, morele handelen kan worden getoetst. Ze leveren immers een louter subjectieve maatstaf en dan is er alleen nog maar sprake van willekeur. Dan kan alles, en wel omdat iedereen het doet. Zo bezien wordt het morele inderdaad een pure machtskwestie en de vrijheid van meningsuiting uitgehold tot niets meer dan ordinaire haatspraak.


Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij Vileine.com.