Paradigma: we hebben geen genderneutrale taal nodig

genderneutrale
Conchita Wurst | Photo Manfred Baumann

D. is een Duitse vriend met wie ik als kind en puber jarenlang niet alleen de schoolbanken, maar ook een bewogen verleden in Iran heb gedeeld. Sinds een paar jaar hebben we weer regelmatig contact via Facebook. Een paar maanden geleden hadden we ineens een Facebook-conversatie over de vooral feministische pogingen om de Duitse taal sekse- en dus genderneutraal te krijgen. De aanleiding daartoe was een polemisch artikel dat hij met deze even polemische — en hier door mij vrij vertaalde — uitroep van toestemming had gedeeld: “Een heerlijk artikel over de perverse gender-taal en onze politiek correcte gezindheidspolitie.” Ik keek verrast op. “Hoezo pervers?” dacht ik en las het artikel. De kernboodschap van de schrijfster komt neer op: ‘Zolang ik hier iets te zeggen heb, wordt er geschreven in het generieke masculiene en zal een kunstmatige “politiek correcte” taal pertinent worden afgewezen. Het moet voor eens en voor altijd afgelopen zijn met dit taalgepruts van deze beroepsmoralisten!’

Taalgepruts van beroepsmoralisten

Mijn verbazing was immens. Nooit eerder had ik door dat D. — iemand met wie ik nota bene de patriarchale en uiterst conservatieve gevolgen van de Islamitische Revolutie in Iran had meegemaakt — zelf een dergelijk reactionaire houding heeft ten aanzien van de veranderende wereld. Hij lijkt blind te zijn voor het feit dat er wereldwijd steeds meer mensen zijn die onvermoeibaar streven naar echte gelijkwaardigheid. Mensen die dit vooral doen door kritisch te kijken naar de traditie om alle verouderde, ongelijkwaardige en dus onrechtvaardige machtsstructuren en vooroordelen te belichten en te beëindigen. Simpelweg omdát de wereld nou eenmaal pluraal is en divers. Niet alleen is het generieke masculiene een sociale constructie en als zodanig kunstmatig, het ontkent bovendien de plurale werkelijkheid in plaats van deze te weerspiegelen. Een genderneutrale taal heeft dan ook absoluut niets van doen met ‘politieke correctheid’, maar alles met inzicht en insluiting. Dit was dan ook mijn reactie op D.’s posting.

Het is welhaast fascistoïde

Zijn antwoord hierop was klassiek: “Het generieke masculiene bedoelt natuurlijk ook vrouwen. Dus zijn het juist de feministen die vooroordelen hebben. Van daaruit menen ze dan dat het taalgebruik moet worden veranderd, wil je niet beschuldigd worden van seksisme. Nee, er is niets mis met de taal. Er is iets mis in de hoofden van de politiek correcte feministen. Bovendien zijn de machtsverhoudingen al zo’n 100 jaar geleden veranderd en daarmee is elke behoefte verdwenen om überhaupt iets te moeten veranderen aan de taal. En überhaupt: generiek masculien betekent helemaal niet daadwerkelijk masculien en dus is het een zuiver grammaticale vorm zonder enige verhouding tot een geslacht. Als je initiatieven onderneemt om het generieke masculiene op te heffen, dan heeft dat niets met machtsstructuren te maken; evenmin met realiteiten. Je richt je dan enkel op de grammatica en maakt tegelijkertijd mensen die de taal niet willen veranderen, verdacht van een bepaalde geestesgesteldheid. En dit is pas zorgelijk, want onvrij en politiek gezien kras ondemocratisch. Het is welhaast fascistoïde als een of andere al dan niet gelegitimeerde groep van mensen als een soort gezindheidspolitie de rest van de samenleving van discriminatie mag beschuldigen en mag voorschrijven hoe te spreken. Dát is pas discriminatie. Mijn eventuele minachting voor andere mensen is niet eenduidig herkenbaar, noch definitief te beoordelen, doordat ik de woorden ‘buitenlander’, ‘zigeuner’ of ‘neger’ gebruik of juist niet. De taal is een medium voor communicatie en mag niet zelf als discriminatie-wapen worden misbruikt. En bepaalde groepen mogen andere groepen niet aan de sociale schandpaal nagelen, enkel omdat ze hun eigen overtuigingen willen doordrijven.”

Wow! Ik was letterlijk en figuurlijk sprakeloos. Ik schreef iets van: “Dank voor je uitgebreid antwoord. Bijna alles wat je schrijft is vanuit mijn perspectief uiterst problematisch. Mijn perspectief is gevormd door mijn geleefde ervaring als een niet-witte vrouw in een uiterst mannelijke wereld. Het is bovendien dat van een intersectioneel feminist en filosoof die zich verdiept heeft in Gender Studies en Queer Theory. Aangezien ik je serieus neem, zoals ik ook deze kwestie serieus neem, zal ik voldoende tijd nemen om met een goed gefundeerd antwoord terug te komen.” Dat heb ik echter nooit gedaan. In plaats daarvan schrijf ik nu dit artikel.

Beste D.,

Dat ‘het generieke masculiene natuurlijk ook vrouwen bedoelt’ is dezelfde zwakke drogreden als dat ‘met broederlijkheid uiteraard ook ‘broeder- en zusterlijkheid’ bedoeld wordt’. Een drogreden die ik hier al eerder gedeconstrueerd heb.

Je claimt dat er niets mis is met de taal, maar daar vergis je je toch in, lieve D. Kennis en taal zijn altijd verbonden met macht, anders zouden fenomenen als propaganda en framing volledig ineffectief en allang uitgestorven zijn. En een taal waarin het generieke masculiene de standaardwaarde is voor algemene omschrijvingen als ‘de mens’, ‘iemand’, ‘de dokter’ of ‘de architect’, getuigt van een diep verankerd binair denken dat de asymmetrie van het dominante masculiene in de wereld niet alleen weerspiegelt, maar vooral ook bestendigt.

Wat er mis is, is dat de taal hierdoor door en door discriminerend en seksistisch is. Dit seksisme is een direct gevolg van het uitsluitend binaire denken dat er in de wereld slechts twee vormen van biologische seksen zouden voorkomen. Seksen die irreducibel zouden zijn en die dan ook nog de karaktereigenschappen van de mensen zouden bepalen. Over deze patriarchale tweedeling en de kwalijke gevolgen ervan heb ik hier uitgebreid geschreven. Het punt is dat de wereld niet zo in elkaar zit wat betreft de biologische seksen. Inmiddels is er gelukkig steeds meer inzicht in het bestaan van een genderspectrum en van het fenomeen dat bekend staat als gender fluidity. Het reactionair willen vasthouden aan het generieke masculiene draagt dus structureel bij aan een volledig verkeerd mensbeeld dat schadelijk is. Het sluit namelijk ieder individu uit dat niet voldoet aan dit mensbeeld. Dát is er mis aan de taal.

En als het generieke masculiene helemaal niet ‘daadwerkelijk masculien’ betekent, maar echt alleen maar een zuiver grammaticale vorm zou zijn, zonder enige verhouding tot een geslacht, dan kunnen we toch net zo goed de komende 5.000 jaar for the sake of change het generieke feminiene gaan gebruiken? Wat zou daar tegen moeten spreken?

Vervolgens zeg je dat de machtsverhoudingen al zo’n 100 jaar geleden veranderd zouden zijn. Echt waar? Hoe komt het dan dat overal ter wereld — ook in Duitsland — vrouwen en gekleurde mensen nog steeds structureel minder betaald krijgen dan mannen? Hoe komt het dat we nog steeds te maken hebben met een toxische verkrachtingscultuur? Hoe komt het dat vrouwen nog steeds de grootste verliezers zijn in oorlogen? Hoe komt het dat er nog steeds zoveel haat en geweld bestaat tegen de LGTBQIA mensen? Ik zie met de beste wil niet dat de machtsstructuren veranderd zijn.

Nee, lieve D., mij heb je niet overtuigd. Daarom zal ik blijven pleiten voor een genderneutrale taal. Daar is niets pervers aan, laat staan fascistoïde. En gelukkig ben ik daar niet alleen in.

Het singular they

In het Duitse taalgebied is men al een hele lange tijd bezig met het zoeken naar een goede oplossing voor een Geschlechtergerechte Sprache — een taal dus die rechtvaardig is ten opzichte van welke seksuele oriëntatie dan ook. Vooral in ministeries en universiteiten is men volop bezig met het vervaardigen en verspreiden van handleidingen en regels voor een genderneutraal taalgebruik. Dat dit op een hevige weerstand stoot, is duidelijk te zien aan het anekdotische voorbeeld van de in mijn ogen vooral emotionele reactie van D. op deze pogingen de taal te veranderen.

Wat het Engelse taalgebruik betreft, lijkt het wat beter te gaan door het bestaan van het enkelvoudige they dat een geschiedenis heeft die teruggaat naar de 14e eeuw, om uiteindelijk in 2015 door de American Dialect Society uitgeroepen te worden als woord van het jaar. Op de website iheartsingularthey.com wordt er een warm pleidooi gehouden voor het gebruik van het singular they. Mijn eigen ervaring als veellezer van Engelse teksten is, dat ik het al zodanig vaak ben tegengekomen in de afgelopen decennia, dat ik er altijd al van uitging dat dit gewoon correct en goed Engels taalgebruik is.

Wat betreft het Nederlands heb ik er lang over nagedacht wat een goede oplossing zou zijn. Voor mijn masterscriptie koos ik voor deze oplossing tegen het generieke masculiene: “Aangezien ik de voorkeur geef aan de pluraliteit en diversiteit in de wereld, wijs ik de dominantie van masculiene voornaamwoorden in het Nederlands af en maak ik in deze scriptie afwisselend gebruik van zowel masculiene als feminiene voornaamwoorden.” Een taalgebruik dat ik nog steeds hanteer.

Toch blijft het een doorn in mijn oog. Zeker ook omdat deze oplossing nog lang niet voldoende is voor een rechtvaardig taalgebruik als het gaat om de identificaties en oriëntaties van transgenders, queers en interseksuele mensen. Heel blij werd ik daarom toen ik dit artikel van Lisa Peters tegenkwam op De Correspondent.

Het enkelvoudige hen: een ongemarkeerde identiteit

De oplossing van het enkelvoudige hen sprak me direct aan, omdat ik altijd al heel erg gecharmeerd was door het singular they. “Natuurlijk,” dacht ik, “dit is helemaal niet zo slecht gevonden.” Het enkelvoudige hen biedt dezelfde mogelijkheden en hoe langer ik hierover nadenk, hoe enthousiaster ik word. Omdat taal niet vanzelf verandert, maar alleen omdat mensen nieuw taalgebruik gaan hanteren, heb ik besloten voortaan in al mijn teksten consequent gebruik te maken van het enkelvoudige hen. Helemaal naar het voorbeeld van iheartsingularthey.com ga ik het dus als volgt inzetten:

Als het gaat om een algemeenheid, zoals de mens, iemand of niemand, dan maakt ‘hen’ — en ‘hun’ en ‘die’ — deze hypothetische persoon zo algemeen als het maar kan. Dit kan niet worden gezegd van de voornaamwoorden ‘hij’ — tot nog toe de standaardwaarde (!) — en ‘zij’, die zo’n algemeenheid juist specificeren en dus bij voorbaat al markeren met een bepaalde identiteit; een taalgebruik dat per definitie uitsluitend is.

In concreto ziet het er voor mij zo uit:

  • De mens zou veel verder komen als hen zou inzien dat een insluitend taalgebruik de pluraliteit van deze wereld weerspiegelt — ‘hen’ in plaats van ‘zij of hij’.
  • Voor Kant was ieder mens een wetgever vanaf het moment dat hen begint te handelen — ‘hen’ in plaats van ‘hij of zij’.
  • Wil een mens echte vooruitgang boeken, dan moet die open kunnen staan voor veranderingen — ‘die’ in plaats van ‘hij’.
  • Niemand weet wat hen te wachten staat — ‘hen’ in plaats van ‘hem’.
  • Uiteindelijk is de patiënt zelf verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid — ‘hun’ in plaats van ‘zijn’. Dit geldt overigens ook voor alle woorden als ‘dokter’, ‘architect’, ‘filosoof’, waarvan altijd direct wordt uitgegaan dat het daarbij gaat om mannen.
  • Ieder mens moet hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op zich nemen — ‘hun’ in plaats van ‘zijn’.

Als het gaat om een bepaalde persoon die zich wel duidelijk definieert als een ‘zij’ of een ‘hij’, dan blijft het bij het oude. En als het gaat om een non-binaire identificatie, of als het niet duidelijk is waarmee iemand zich identificeert, dan komt meteen weer het enkelvoudige hen aan bod.

Dit is dus hoe ik voortaan ga schrijven en spreken. Kritisch denken houdt voor mij in deze in de discriminerende en seksistische traditie van het generieke masculiene te veranderen in een genderneutrale taal, waarin plaats is voor iedere identificatie en biologische sekse.


Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij Vileine.com.


 

Tags from the story
, , ,