Pluraliteit is de wet van de aarde

pluraliteit
(Reka Nyari)

“Niet de mens, maar mensen bewonen deze planeet. Pluraliteit is de wet van de aarde.” Wat Hannah Arendt met deze woorden tot uitdrukking brengt, is de feitelijkheid dat onze wereld er een is die door mensen gecreëerd is. Niet enkelvoudigheid, maar meervoudigheid is de wet van deze wereld: zoals ‘dé mens’ niet bestaat, zo bestaat ‘dé vrouw’ niet en ook niet ‘dé man’. Als je openstaat voor deze gedachte, dan zie je snel in dat ook ‘dé islam’ geen monoliet is en ‘hét feminisme’ evenmin.  

Wanneer we kijken naar het algemene begrip ‘feminisme’, dan is de werking van de wet van de pluraliteit eenvoudig aanschouwelijk te maken. De realiteit laat immers zien dat er ontelbaar verschillende vormen van feminisme bestaan en daarbinnen weer diverse stromingen en groeperingen. Zo is er het koloniaal, wit, neoliberaal, liberaal, socialistisch, radicaal, islamitisch, zwart, seculier en cultureel feminisme. Recentelijk kwam ik zelfs voor het eerst het ecofeminisme tegen. Binnen dit enorme spectrum is het intersectioneel feminisme die vorm waarmee ik me identificeer.

Deze opsomming pretendeert overigens niet uitputtend te zijn, maar laat enkel de diversiteit, complexiteit en dynamiek zien die ten onrechte uit het zicht verdwijnt als je het alleen maar hebt over ‘hét feminisme’.

Oneindige en absolute norm van Rechtvaardigheid

Sinds geruime tijd verdedig ik het islamitisch feminisme. Niet omdat ik een hidjab draag, dat doe ik niet. Sterker nog: ik ben noch moslim, noch een aanhanger van welke godsdienst dan ook. Dat neemt echter niet weg dat ik me als intersectioneel feminist inzet voor de rechten, kansen en vrijheden van alle vrouwen en minderheden in de wereld. Daarbij gaat het mij vooral om de relatie die ik telkens weer wil aangaan met de oneindigheid van de absolute norm van Rechtvaardigheid. Deze houding is mijn antwoord op de vraag: “In welke wereld wil ik leven?”

In tijden waarin islamofobie genormaliseerd is, zijn het vooral moslima’s die door een hoofdbedekking als zodanig zichtbaar zijn en daardoor de slachtoffers bij uitstek van discriminatie en haat. Dat ik de keuze en motivatie van deze vrouwen verdedig, stoot vaak op weerstand en onbegrip. Zelfs vanuit de Iraanse diaspora wordt het mij niet zelden kwalijk genomen. Mijn stelling is daarbij eenduidig:

vanuit mijn perspectief zijn islamofobe feministen geen feministen.

In het Westen, en dus ook binnen het seculiere feminisme, wordt vaak gesteld dat de islam niet te verenigen is met feminisme en democratie. Wat daarbij door het ‘verlichte’ en vooral eurocentrische denken te gemakkelijk wordt vergeten, is dat religie in het leven van een groot deel van de wereldbevolking een betekenis heeft. Pas als we deze feitelijkheid werkelijk aanvaarden, kan de seculiere beeldvorming over moslima’s, die uit eigen beweging en motivatie een hidjab willen dragen, een realistischere vorm aannemen. Een vorm die nu ontbreekt.

Islamitisch feminisme

Alleen daarom al is het belangrijk om de realiteit van het islamitisch feminisme te aanvaarden en zelfs te verdedigen. Wat deze feministische stroming wil bereiken, is het bevorderen van gender-rechtvaardigheid middels een islamitisch discours. Islamitische feministen betogen dat de islam in wezen progressief is ten opzichte van vrouwen en dat juist deze leer gelijke kansen voor vrouwen en mannen ondersteunt. Deze benadering stelt hen in staat te wijzen op hun rechten, zonder daarbij het gevoel te hebben hun religieuze identiteit te moeten compromitteren.

Moslima’s identificeren zich immers diep met hun geloof, terwijl ze tegelijkertijd in hun concreet leven worden geconfronteerd met gender-ongelijkheid en misogynie. Juist het islamitisch feminisme voorkomt wat de Iraanse antropoloog Ziba Mir-Hosseini benoemt als ‘de pijnlijke keuze tussen verraad en verraad’. Het resultaat is namelijk altijd verraad als vrouwen moeten kiezen tussen geloof óf gender-bewustzijn. Islamitische feministen elimineren deze keuze, die geen keuze is, door hun islamitische identiteit te verzoenen met gender-gelijkheid. Hun ideeën maken deel uit van een bredere hervormingsbeweging binnen de islam.

Gender jihad

Ook Amina Wadud — een Amerikaanse academicus en imam — beschouwt  de islam als vrouw-inclusief. Dat dit nooit echt gepraktiseerd is, komt volgens haar omdat de Koran in de loop der geschiedenis verkeerd begrepen en geïnterpreteerd is puur omdat mannen hun patriarchale, misogyne en soms ook gewelddadige culturele praktijken met de Koran wilden verantwoorden.

Islamitische feministen historiseren dus deze misinterpretaties en bestuderen zélf de Koran. Ze gaan op zoek naar de ware islamitische boodschap in relatie tot vrouwen in de huidige tijd. In 1992 publiceerde Wadud haar boek Qur’an and Woman waarin ze stelt dat alle rechten die vrouwen nodig hebben in de islam te vinden zijn als men de niet-islamitische tradities en het patriarchaat van de teksten afschilt. Dan kan de de ware essentie van de islam met betrekking tot vrouwen worden onthuld.

Gender jihad is de term die Wadud gebruikt om de strijd van vrouwen te beschrijven waarmee ze de gelijkwaardigheid willen verwerven die hen in de Koran beloofd is. Heden ten dage voeren wereldwijd miljoenen vrouwen en mannen hun eigen gender jihad op verschillende manieren. Zie hier wederom de werking van de wet van de pluraliteit. Wat al deze diverse mensen met elkaar delen is dat gender-rechtvaardigheid niet gepositioneerd wordt als een westerse of seculiere oplegging, maar als een zuivere islamitische waarde.

Ruimte innemen in de wereld

Niet alleen ben ik opgegroeid met familieleden die moslim waren, nog steeds heb ik betekenisvolle vriendschappen met vrouwen die zich identificeren met dit geloof. Sommigen dragen de hidjab, anderen niet. Het zijn stuk voor stuk zelfstandige en intelligente vrouwen, die zich identificeren met zowel hun geloof als ook hun feministische strijd.

Wat voor hen even belangrijk is als voor mij is dat we als vrouw ruimte innemen in de wereld. Dat onze stem wordt gehoord. Dat ervan wordt uitgegaan dat we capabel zijn, een mening hebben en die ook kunnen rechtvaardigen. Maar het tegendeel is vaak de realiteit. Voor moslima’s is deze realiteit harder, omdat zij boven de mythe van ‘dé vrouw’ ook nog te maken hebben met de mythe van ‘dé moslima’ die per definitie onderdrukt zou zijn en niet voor zichzelf zou kunnen denken en handelen. Dit maakt dat hun levensverhaal — hun verschillende identiteiten en geleefde ervaringen dus — genegeerd wordt of zelfs het zwijgen wordt opgelegd.

De prioriteit van het bijzondere boven het algemene

Wat bij al dit duidelijk wordt, is de grote urgentie om de wet van de pluraliteit nooit uit het oog te verliezen. Dit gebeurt echter wel zodra men praat en denkt in algemene categorieën als ’dé vrouw’, of ‘dé moslima’. Dan wordt het streven naar inclusiviteit uiterst problematisch, want dan gaat men uit van het enkelvoudige algemene. Voor echte inclusiviteit en rechtvaardigheid moet je echter uitgaan van het particuliere binnen de meervoudigheid.

De filosofische gedachte hierbij is dat het bijzondere de prioriteit heeft en niet de universele categorie. Dit is de basis voor een maatschappijkritisch denken dat kan leiden tot een rechtvaardig oordeel over mensen en situaties. En pas een rechtvaardig oordeel leidt tot een rechtvaardige handeling.  Als je individuele mensen veralgemeniseert, door hen te laten vallen onder een enkele categorie en identiteit, dan reduceer je iemand tot zo’n algemene categorie en negeer je per definitie de reële geleefde ervaringen en verschillende identiteiten van individuen. Dit leidt tot stereotypering en dus ontmenselijking.

Wat hier uiteindelijk het onderspit delft, zijn de mensenrechten van mensen.


Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij Nieuwwij.nl.