Søren Kierkegaards filosofie van de vrijheid

vrijheid, angst, filosofie
Søren Kierkegaard | Drawing by Niels Christiaan Kierkegaard | Source: www.visitcopenhagen.com

Het begrip angst is een van de meest complete boeken van Søren Kierkegaard en een van mijn favoriete filosofische uiteenzettingen over de menselijke vrijheid. In dit boek laat Kierkegaard de hele constellatie van zijn gedachtengang zien. Dr. Victor Kal — universitair hoofddocent aan de UvA bij wie ik mijn studie wijsbegeerte heb gevolgd en afgerond — geeft de voor mij meest treffende en meest inspirerende beschrijving van dit werk dat Kierkegaard heeft uitgebracht onder het pseudoniem Vigilius Haufniensis:

Het begrip angst (1844) is het boek waarin Kierkegaard de constellatie van begrippen die hem interesseert met voor zijn doen grote volledigheid laat zien: de schuld, de sprong, de geschiedenis, de angst, de vrijheid, het ogenblik, het tragische, het demonische, de anticipatie, enzovoort. De kwestie is steeds hoe vrijheid en verantwoordelijkheid voor een mens mogelijk zijn. Kierkegaard verdedigt in dit verband de stelling dat de last van het verleden op je nemen veronderstelt dat het zin heeft te anticiperen op toekomst. In het ogenblik komen die toekomst en dat verleden pas bij elkaar. Tot op dat moment is er vooral suspense, − heel spannend.

Niet alleen is angst het centrale fenomeen van het boek, er komt zelfs een hele serie angsten aan bod. Kierkegaard gaat het om de angst die in de vrijheid ligt van de menselijke beslissingen met betrekking tot de eigen individuele levensmogelijkheden. Maar waarom eigenlijk angst? En hoe kan angst iets met vrijheid te maken hebben? Angst is immers een negatief onderwerp met een negatieve implicatie, want angst is een signaal voor »Pas op: gevaar(!)«

Angst is een cognitief en geen rationeel fenomeen. Het is een fenomeen dat een bedreiging aankondigt. Desondanks heeft Kierkegaard als filosoof een positieve these van angst, en wel omdat er ook het fenomeen moed is dat in relatie staat tot angst: elke keer als ik geconfronteerd word met mijn angst, heb ik steeds weer de keuze te vluchten voor de bedreiging óf moed te tonen en de angst te trotseren door dapper af te stappen op die bedreiging. Anders gezegd: angst is de dwingende voorwaarde voor moed en bijgevolg ook voor lafheid. Echter, alleen als ik de beslissing tot moed neem, kan ik voor mezelf, oftewel voor mijn eigen en eigenlijk zijn kiezen. Moed is dus de positieve inzet als het gaat om angst, want alleen dan valt er iets essentieels te winnen. Dit in tegenstelling tot lafheid die gekenmerkt wordt door een gebrek aan inzet en dus door verlies.

Het concept van de eindige vrijheid

Met zijn wijsgerige uiteenzetting van angst wil Kierkegaard laten zien wat vrijheid werkelijk is en dat vrijheid niet eenvoudig is voor de eindige mens is. De combinatie tussen vrijheid en eindigheid, oftewel een eindige vrijheidis een moeilijk concept. Niet alleen om te bevatten, maar vooral om te verwerkelijken. Hoe kan immers de communicatie tot stand komen tussen de tegenstelling die in het menszijn zit — dat is de tegenstelling tussen de menselijke eindigheid en de menselijke vrijheid? Voor Kierkegaard geldt dat dit alleen kan door middel van transcendentie. Transcendentie betekent grensoverschrijding en in dit geval gaat het om het overschrijden van de grens die ligt tussen de eindigheid van de mens en de oneindigheid van de vrijheid. Het is dus de macht van de transcendentie die de relatie tot stand brengt tussen het eindige en het vrije van de mens, en angst heeft daar kennelijk iets mee te maken.

De angst als cognitief fenomeen verwijst namelijk naar het waarvoor van de angst en dit waarvoor is de bedreiging die aan gene zijde ligt van de grens: de vrijheid. In de angst wordt ik geconfronteerd met de mogelijkheid tot vrijheid en daardoor ontdek ik dat mijn eigen existentie niet voor eens en altijd bepaald en vastgelegd is. Ik ontdek vooral dat mijn zijn een kunnen-zijn is en daarom definieert Kierkegaard de angst als de werkelijkheid van de vrijheid als mogelijkheid tot de mogelijkheid. Dit betekent dat angst altijd verwijst naar vrijheid en vrijheid is voor ons, zeker in onze tijd, een van de meest belangrijke aspecten van een goed leven. Aangezien angst een soort wegwijzer lijkt de zijn met een pijl die de weg wijst naar vrijheid, kan Het begrip angst worden beschouwd als een filosofie van de vrijheid.

Angst en de transcendentie van vrijheid

De beslissende factor in Kierkegaards denken over de eindige vrijheid van de mens is, zoals gezien, de transcendentie. De logica van transcendentie is dat zij niet in kaart kan worden gebracht als iets binnen onze wereld. Het gebeuren van transcendentie is derhalve nimmer vertelbaar: dat moet iedereen zelf ervaren. Dit is de reden waarom Kierkegaard voortdurend de ironie inzet waarmee hij aanduidt dat je niet eenvoudig over de ervaring van transcendentie kunt praten, laat staan dat je er een τέχνη van kunt maken — het Oudgriekse woord téchne betekent zoveel als kunst, wetenschap of techniek, vaardigheden dus die kunnen worden onderwezen en geleerd. Het gaat niet om een techniek of een vaardigheid, maar om mijn ervaring van transcendentie, en dat is dan ook het perspectief van waaruit ik in dit artikel een presentatie geef van Het begrip angst: als de enkeling die ik ben, laat ik mij aanspreken door de auteur Haufniensis. Via mijn ik en mijn leven onderzoek ik de fenomenen die gepaard gaan met de door hem uitgewerkte serie angsten. In totaal zijn er drie angsten en Haufniensis zelf vat de ontwikkeling van de angsten als volgt samen:

De zonde kwam in de wereld in angst, maar de zonde bracht ook weer angst met zich mee. De werkelijkheid van de zonde is namelijk een werkelijkheid die geen bestendigheid — [geen bestaansrecht; HD] — heeft. Enerzijds bestaat de continuïteit van de zonde uit de mogelijkheid ervan, die angst aanjaagt; anderzijds is de mogelijkheid van een verlossing weer een niets, dat het individu zowel liefheeft als vreest; want zo verhoudt de mogelijkheid zich altijd tot de individualiteit.

In deze passage is de positieve structuur van angst en dus ook van het hele boek te zien: mijn eerste angst voor het niets leidt tot mijn tweede angst voor mijn eindigheid en dan ben ik opnieuw geconfronteerd met een niets dat een uitkomst, ofwel een verlossing biedt, die echter weer leidt tot angst: de derde angst. Teneinde de drie angsten beter te kunnen presenteren, wil ik op de volgende pagina eerst ingaan op wat het voor Kierkegaard betekent een mens te zijn.


Tags from the story
, , ,